Je krijgt maar één kans om een eerste indruk te maken. Op café, op het werk, maar ook in teksten. De openingszin in een geschreven tekst kan er dus maar beter knal opzitten. 5 tintelende tips — uit de losse pols — voor geslaagde openingszinnen !
1. Vraag het aan
Begin de tekst met een directe vraag. “Welke muziek hoor jij het liefst” ? “Mag het ietsje meer zijn ?” En beantwoord deze vervolgens. Dit is waarschijnlijk het meest gebruikte ‘truukje’ uit de goocheldoos van tekstschrijvers. Variant: begin de titel met een vraag, beantwoord de vraag meteen in de tekst.
2. Plaats ankerwoorden
Inspireren. Creëren. Ondernemen. Dit is puur minimalisme in teksten ;). Schrijf enkele sterke woorden neer die meteen gelinkt zijn aan de wereld van je doelgroep. Maar. Te. Veel. Minimalisme. Irriteert. Na. Een. Tijdje. Toch een prima opstapje om de de rest van de zinnen te laten volgen.
3. Creëer sfeer
In sommige teksten kom je beter meteen to the point. Andere verdragen dan weer een uitgebreidere sfeerbeschrijving. Een voorbeeldje: “Ontdek een magische wereld van prachtige kastelen, mysterieuze verhalen en een duister verleden.” Ook hier geldt: trop is té.
4. Citeer
De citaat-aanpak duikt vooral op bij interviews. Je poneert een citaat, genre “Ik heb een haat/liefde verhouding met reclame”. De toon voor de rest van het artikel is meteen gezet.
5. Speel met woorden
Pak uit met een leuke woordspeling (kijk even naar de titel van dit stukje). Humor werkt, dus waarom niet in de openingszin ? Wees wel op je hoede: wat voor de een geestig is, is voor de ander ronduit irritant. Speel dus op veilig.
Opgelet: deze tips zijn allesbehalve volledig. Er zijn nog tig andere manieren om goede openingszinnen te maken.
“The quick brown fox jumps over the lazy dog.” Klinkt deze zin je bekend in de oren ? Dan is er vrij veel kans dat je in de grafische sector zit. Dit is immers een pangram: een zin waarin alle letters van het alfabet voorkomen. Zo’n pangram wordt in letterproeven vaak als voorbeeldzin gebruikt om te kijken hoe de letters van een lettertype eruitzien.
Sexy zwempak
De uitdaging ? Om een zo kort mogelijke zin te maken die hieraan voldoet. Een volmaakte pangram dus. In het Engels klinken die als volgt: “Blowzy night-frumps vex’d Jack Q.” of “Glum Schwartzkopf vex’d by NJ IQ.” En ook het Nederlands kent zijn portie pangrammen. “Doch Bep, flink sexy qua vorm, zwijgt”, bijvoorbeeld. Toch kan deze niet tippen aan onze favoriet: “Sexy qua lijf, doch bang voor ‘t zwempak”. Zoiets kunnen we onthouden.
Lorem Ipsum
Veruit de bekendste pangram is Lorem ipsum. Toch is dit niet helemaal een pangram: deze tekst is immers een vorm van pseudo-Latijn. Het lijkt dus op Latijn, maar is in feite volstrekt betekenisloos. Dat is meteen ook de reden waarom Lorem ipsum gebruikt wordt: bij een leesbare tekst zou de lezer afgeleid worden, terwijl het alleen maar om de vormgeving gaat.
Het Afrikaans zal voor ons — Nederlandstaligen — altijd wel een beetje ‘koddig’ blijven. Maar toegegeven, stiekem ben ik wel jaloers op zoveel taalcreativiteit. Of wat dacht je van verkleurmannetjie (kameleon), bedorwe brokkie (verwend kind) en plaatjoggie (dj). Kan het nog mooier ?
Internetjargon
Ook het internet ontsnapt niet aan Zuid-Afrika. Op schrijvenvoorinternet.nl hebben ze even rondgeritst (gesurft). Het resultaat ? Een schitterend lijstje met Afrikaans internetjargon. Dit zijn alvast mijn ‘toppertjes’:
Ken jij nog zo’n heerlijk Afrikaans woord ? Zet het hieronder ‘in reactie’ en laat ons meegenieten. En nee, zweefteef is niet het Afrikaanse woord voor stewardess.
“Werk maken van een Creatieve Economie”. Zo luidt het eerste deel van de vierdelige creatieve boekenreeks van FlandersDC en de Vlerick Management School. Dit eerste deel schetst de situatie van Vlaanderen t.o.v. de wereld. En die is niet meteen geweldig positief. Toch niet ten aanzien van 12 andere vergelijkbare regio’s die gebruikt worden als benchmark.
Kneusje van de klas
De economische realiteit is duidelijk, lees ik. En ik beaam. Op productieniveau kunnen we de concurrentie met het Oostblok, China of Indië nog zelden aan, zelfs niet op vlak van kwaliteit en efficiëntie. Het is tijd dat we de stap zetten naar een innovatie-gedreven economie. Een economie die is gestoeld op kenniscreatie, talent, technologische vernieuwing en ondernemerschap. Vlugger gezegd dan gedaan natuurlijk, zeker als we hierin het kneusje van de klas zijn. Nu nog. De creatieve industrie staat te trappelen van ongeduld om een hefboom te worden voor een creatieve economie. Zowel door samenwerking als door inspiratie.
Creatief geclusterd
Vlaams, maar vooral stedelijk beleid kan hierbij een zeer grote rol spelen. Een creatieve regio staat of valt immers met de aanwezige ondernemingscreativiteit. Een mix van innovatie, ondernemerschap en internationalisatie. Natuurlijk moet een regio voldoende talent bevatten en aantrekkelijke vestigingsvoorwaarden hebben. Maar de zachte locatiefactoren spelen misschien een nog belangrijkere rol. Wie wil er werken op een plaats met weinig cultuur, tolerantie of leuke woongelegenheden ? Vaak ontstaan er dan creatieve clusters. Het Tweewaters-project op de oude brouwerijsite in Leuven is daar een mooi voorbeeld van. C-Mine in Genk evenzeer.
Grondstof
Kennis is macht. Maar kennis is ook de basis van creativiteit. Het is de grondstof van ons hedendaagse kapitaal. Een innovatie-gedreven economie moet kunnen steunen op de productie, verspreiding en gebruik van kennis en informatie. Maar hoe komt het toch dat we in onze zelfverklaarde creatieve regio’s nog altijd niet – gratis – op het internet kunnen ? Gratis de bus nemen … ja. Maar gratis surfen — ho maar ! Technologie is nochtans, samen met talent en tolerantie, dé basisvoorwaarde wil in een regio, stad of site een creatieve klasse opstaan, aldus Richard Florida. Het is de taak van de overheid om de juiste voorwaarden te scheppen zodat kenniscreatie en -deling optimaal kunnen gebeuren. Ik mag dan ook blij zijn dat de Stad Hasselt een mooi initiatief heeft genomen met CreativeClass vzw. Toch kunnen — en moeten — we nog verder gaan. Een creatieve stad ontstaat niet zomaar. Er moet bewust voor gekozen en aan gewerkt worden. Dag in, dag uit. Het verschil tussen de creatieve industrie en creatief ondernemerschap is immers nog groot in Vlaanderen. We moeten hier alleen waakzaam zijn voor fragmentarisch beleid. De vraag naar concentratie, coördinatie en interactie is zeer groot. Ook tussen de clusters.
Ten slotte geven auteurs I. De Voldere en L. Sleuwaegen nog enkele beleidsaanbevelingen:
Stimuleer het ondernemerschap bij jonge creatievelingen.
Garandeer een vlotte toegang tot financiële middelen voor verdere groei.
Investeer in infrastructuur voor creatieve initiatieven.
Werk aan grondige analyses van de creatieve industrie.
De drie vervolgboeken gaan verder in op innovatie, leiderschap en ondernemen in relatie met creativiteit. Ze reiken een leidraad aan om de theorie in de praktijk om te zetten. Wordt vervolgd.
Seth Godin voorstellen ga ik hier niet doen. Als je nog niet van hem hebt gehoord, dan haast je je maar beter naar zijn dagelijkse blog. Of haal snel één (of allen) van zijn vorige boeken in huis: bv. “Unleashing the Idea Virus”, “Purple Cow” of “The Dip”.
A tribe is a group of people connected to one another, connected to a leader, and connected to an idea.
In “Tribes” richt hij zich opnieuw tot de lezer en hoopt dat hij of zij wakker wordt, opstaat en verandering brengt. Voor zichzelf en voor anderen. Door een beweging in te zetten en initiatief te nemen (te leiden) is iedereen in staat tot grootse dingen. “You lead and I will follow“. Het internet heeft het ons gemakkelijk gemaakt om een visie te verspreiden, denk aan MySpace, FaceBook, blogging, Twitter, … Deze laatste spreekt zelfs letterlijk van ‘followees‘ en ‘followers‘.
Charisma is all about the idea Volgens de auteur kan iemand – door enthousiasme en passie – onbewust een eigen tribe hebben gestart. Mensen volgen immers graag een nieuwe wind, of die nu van Barrack Obama of Steve Jobs afkomstig is, maakt niet veel uit. Meestal komt het zelfs uit totaal onverwachte hoek, van iemand die denkt: “Hey, laten we het eens anders aanpakken !”. Niet de persoon is charismatisch, maar het idee achter de persoon maakt hem charismatisch. Zeg nu zelf: heb je Mark Zuckerberg al eens goed bekeken ?
Beware of the Sheepwalkers Sheepwalkers zijn volgens Seth Godin mensen die uit schrik voor verandering (en voor hun job) zo slaafs hun job uitoefenen dat ze elk gevoel voor initiatief kwijt zijn. Vaak zijn ze zelfs zo aangenomen en verder getraind om in het rijtje te lopen. De doodsteek voor elke organisatie.
Leaders vs Managers
Leiders hebben mensen die in hen geloven. Managers hebben werknemers.
Managers maken widgets. Leiders zorgen voor verandering.
Het boek, nochtans maar 147 (A5) pagina’s dik, staat bol van dergelijke uitspraken en confronteert de lezer met zichzelf en zijn situatie. Seth Godin wil de sheepwalkers wakker maken en mensen aansporen om verandering te brengen (of minstens te volgen). Stilstaan is achteruitgaan.
Vliegvissen, pony’s kweken, modderworstelen in heupstrings. Elke hobby zijn magazine. And I love it ! Geef toe: niks zo ontspannend als bladeren in de boekskes. Als kind versleet ik al stapels broeken aan het Suske en Wiske-schap in de GB. Iets later schoof ik door naar Jommeke en De Wondersloffen van Sjakie. Mijn eerste hormonen lieten van zich horen tijdens het lezen van Sjef Van Oekel.
Minder met meer ?
Tegenwoordig word ik — als papa in spe — aangezogen door een ander soort lectuur: de tijdschriften voor mama’s en papa’s. Voor jonge ouders. Voor minder jonge ouders. Voor oma’s en opa’s. Voor zusjes en broertjes. Voor nieuw samengestelde gezinnen. Voor zij die borstvoeding geven. En. Ga. Zo. Maar. Door.
Tussen al dat lieflijk knuffelgeweld kreeg ik volgende ‘poëzie’ toegeworpen:
“Mettertijd en door zijn actieve aanwezigheid tussen de moeder en het kind, bekleedt de vader de onmiskenbare plaats van de derde die de ontwikkeling van het kind als individu in de hand werkt … Het is de rol van de vader om de breuk kind/moeder te veroorzaken, om het kind open te stellen voor de wereld dankzij de taal en de kleine risico’s die de ontdekking van die wereld met zich meebrengt.”
Of nog: hoe je met een pak woorden … níets kunt zeggen.
“Geachte heer, in reactie op uw e-mail kunnen wij u berichten dat het niet mogelijk is zomaar een woord in de woordenboeken van Van Dale te introduceren. Het beleid van Van Dale is dat een nieuw woord pas wordt opgenomen als het zich heeft bewezen, en dus enige tijd achtereen voorkomt in de media, op internet, enz.”
Tot zover het antwoord van Van Dale op mijn vraag: mag het woord ‘teleteisteren’ in den dikken, a.u.b. (herlees even deze post) ? En wanneer wordt een woord dan wél opgenomen ? Enfin, het antwoord ken je nu wel.
Mijn nederige bijdrage aan het Nederlands zou er ongeveer zo uitzien:
Teleteisteren: (ov.ww.; teleteisterde, h. geteisterd; -ring; -raar). 0.1 door gewelddadig aangrijpen ernstig beschadigen via moderne communicatiemiddelen zoals gsm, chat, sms, enz.
Maar er is nog hoop. Met dit schrijven staat ‘teleteisteren’ nu toch al 5 x digitaal gebeiteld.
Geplukt uit de dagelijkse waanzin van de copywriter: is het een fantastisch 24 inch flatscreen of een fantastische 24 inch flatscreen ? Het tweede ? Goed zo, je taalgevoel laat je niet in de steek. Maar: weet je ook waarom ? Mmmm …
Een virtueel bezoek aan de taaldatabank van VRT schept klaarheid: “In de regel krijgt een bijvoeglijk naamwoord vóór een zelfstandig naamwoord altijd een -e. Behalve bij onzijdige woorden in het enkelvoud met een onbepaald lidwoord.” Dus: een mooi paard, maar het mooie paard.
Is hiermee de kous af ? Niet helemaal. Naast de basisregel zijn er de onvermijdelijke uitzonderingen voor de verbuiging van een bijvoeglijk naamwoord. Als het op doffe lettergrepen eindigt, in vaste verbindingen, in officiële benamingen, enz. Tenslotte heb je nog die met een betekenisverschil: een knap pianist is niet hetzelfde als een knappe pianist. Al wil hij nog zo graag.
Het Nederlands. Vermoeiend, maar o zo boeiend, mijnheer.
Iedereen die af en toe een stukje schrijft, kent de gevreesde writer’s block. Duurt bij mij meestal zo’n dag of 3 – 4. Om dan weer voor enkele maanden te verdampen in het donkere niets. Vreemd fenomeen. Zo mogelijk nóg vreemder is de minder bekende reader’s block. Korte omschrijving: je hoort van een boek, bent razend enthousiast, koopt het, … om het boek vervolgens weken, maanden, zelfs jaren niet te openen. Ook ik beken schuld. Heeft véél te lang bij mij op de boekenplank stof vergaard: De Ontdekking van De Hemel van Harry Mulisch. De voorbije vakantie — eindelijk — uitgelezen ! Heb jij ook zo’n boek waarop een reader’s block rust ? Welk literair werk blijft maar gesloten op jouw nachtkastje liggen ? Shoot !
Welkom op de BABABLOG ! Bijna dagelijks kan je hier terecht voor inspiratie omtrent reclame, marketing,
design en strategie. Een eenvoudige manier om op de hoogte te blijven van wat reilt & zeilt in de marketingwereld. Zowel voor sporadische bezoekers als trouwe fans.